Overgangsnormen
De volledige tekst is als pdf bestand hier te downloaden.

Algemene bepalingen en begrippen

 

Vakken

  • Bij de overgang tellen alle vakken mee.

 

Rapportcijfers

  • Op het rapport worden geen cijfers lager dan 3,0 gegeven.
  • Indien het cijfer 3 op het rapport voorkomt, wordt de leerling altijd besproken.

 

Afronding

  • Cijfers worden op de volgende wijze afgerond op één decimaal:

Is het tweede cijfer achter de komma 5 of hoger dan wordt de eerste decimaal met één verhoogd, is het tweede cijfer achter de komma een 4 of lager, dan blijft de eerste decimaal onveranderd.
(6,44 wordt 6,4 en 6,45 wordt 6,5)

  • Voor afronden op een geheel getal geldt een vergelijkbare procedure. (6,4 wordt 6 en 6,5 wordt 7)
  • Bij afronden op een geheel getal wordt niet eerst afgerond op één decimaal, en vervolgens weer afgerond op een geheel getal, tenzij anders wordt vermeld (dus 6,49 wordt 6 en 6,50 wordt 7).

 

Afgeronde en niet-afgeronde cijfers:

  • Op alle rapporten worden de rapportcijfers in één decimaal gegeven.
  • In alle klassen, met uitzondering van de brugklassen, worden de cijfers op het eindrapport ook als een geheel getal gegeven.

 

Aantal onvoldoendes

  • Het aantal onvoldoendes is gebaseerd op de afgeronde rapportcijfers. Een onvoldoende is een cijfer lager dan 6.
  • Het cijfer 5 telt als één onvoldoende.
  • De cijfers 3 en 4 tellen als twee onvoldoendes.

 

Gemiddelde of som van de cijfers

  • Overal waar sprake is van de som van rapportcijfers wordt bedoeld de som van deze rapportcijfers in één decimaal.
  • Het gemiddelde van rapportcijfers wordt genomen van de rapportcijfers in één decimaal.
  • Zowel de som als het gemiddelde van rapportcijfers worden uitgedrukt in één decimaal.

 

Compensatiepunten

·         Waar sprake is van compensatiepunten geldt:
- een 7 telt als één compensatiepunt
- 8, 9 en 10 tellen voor respectievelijk 2, 3 en 4 compensatiepunten.

 

Rapportvergadering

  • De rapportvergadering wordt gevormd door alle docenten die lesgeven aan de betreffende leerling en wordt voorgezeten door de afdelingsleider.
  • Docenten kunnen alleen stemmen als zij persoonlijk aanwezig zijn.
  • Als een docent in meer dan één vak lesgeeft aan de leerling, heeft deze docent één stem.
  • Elke docent geeft bij stemming zijn oordeel op basis van de gevoerde discussie en houdt rekening met het totaalbeeld van een leerling en niet alleen met de prognose voor zijn eigen vak.
  • Een beslissing wordt genomen bij meerderheid van stemmen.
  • Indien het aantal blanco stemmen groter is dan het aantal stemmen vóór én groter is dan het aantal stemmen tegen, wordt er opnieuw gestemd.
  • Als de stemmen staken, beslist de voorzitter.

 

Bespreken

In geval een leerling wordt besproken, zal de rapportvergadering één van de volgende uitspraken doen:

  • De leerling wordt bevorderd.
  • De leerling wordt afgewezen.
  • De leerling wordt niet bevorderd, maar mag wel in het volgende leerjaar van een andere afdeling plaatsnemen.

 

Doubleren

  • Het is niet toegestaan tweemaal te doubleren in hetzelfde leerjaar van dezelfde afdeling.
  • Het is niet toegestaan te doubleren in twee opeenvolgende leerjaren van dezelfde afdeling. Daarbij worden gymnasium en atheneum als één afdeling beschouwd.

 

Betekenis van de letters A, B en C voor tto-leerlingen

A = gebruik van de Engelse taal in de lessen tto is voldoende of goed

B = gebruik van de Engelse taal in de lessen tto behoeft verbetering

C = gebruik van de Engelse taal in de lessen tto is onvoldoende

 

Hoogbegaafde leerlingen

Hoogbegaafde leerlingen die niet aan de normen voor de overgang voldoen, kunnen op grond van het hoogbegaafdenbeleid door de afdelingsleider in een hogere klas worden geplaatst.

 

Extra vak

Voor leerlingen in 4 havo, 4 vwo en 5 vwo geldt het volgende: de overgang wordt bepaald door het minimale aantal vakken dat vereist is. Het volgen van een extra vak in het volgende leerjaar kan door de rapportvergadering worden geweigerd.

 

Hardheidsclausule en revisie

  • In geval van bijzondere omstandigheden kan de locatiedirectie of de rapportvergadering een voorstel doen af te wijken van de overgangsnormen. Dit voorstel wordt ingediend bij de revisiecommissie.
  • Indien er binnen één schooldag na de rapportvergadering nieuwe informatie bekend wordt die mogelijk tot een andere beslissing zou hebben geleid, kan de beslissing van de rapportvergadering worden voorgelegd aan de revisiecommissie.
  • De revisiecommissie bestaat uit de rector, de betreffende afdelingsleider en een personeelslid, voorgedragen door de personeelsgeleding van de locatieraad.
  • De revisiecommissie geeft advies, de rector beslist.

© 2011 Tabor College - Sitemap - Privacy beleid