Van 1 VMBO BBL en KBL naar 2 VMBO BBL en KBL
5 = 1 onvoldoende
3 of 4 = 2 onvoldoendes
Alle vakken waarvoor een cijferbeoordeling wordt gegeven, maken deel uit van de bevorderingsnormen.
De leerling wordt bevorderd naar dezelfde leerweg in leerjaar 2 als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- het rekenkundig gemiddelde van alle vakken tezamen op de eindlijst bedraagt minimaal 5,5;
- het rekenkundig gemiddelde van de vakken Ne,En,wi,mbg,m&m bedraagt minimaal 5,5, zowel in periode 4 als bij het gemiddelde jaarcijfer (voortschrijdend gemiddelde);
- in geval van onvoldoendes kunnen maximaal 3 onvoldoendes gecompenseerd worden met drie maal 6,5 of hoger;
- de uitslag van de CITO-toets heeft een adviserend karakter.
Indien het cijfer 3 op de eindlijst staat, wordt altijd besproken of een leerling bevorderd kan worden.
Als een leerling doubleert worden geen vrijstellingen verleend voor vakken of onderdelen van vakken.
Schakelmoment opstroom
Een leerling kan uitsluitend schakelen in leerjaar 1 naar een hogere leerweg (van BBL naar KBL) met ingang van lesperiode 3, indien naar het inzicht van de docenten verwacht mag worden dat de hogere leerweg met succes kan worden gevolgd.
Het rekenkundig gemiddelde van de vakken Ne,En,wi,mbg,m&m bedraagt minimaal 8,0. Elke vaardigheid dient minimaal met 60% gewaardeerd te zijn.
De leerstof voor alle vakken dient dan op het niveau van de hogere leerweg te worden gevolgd en getoetst.
In alle afwijkende gevallen geeft het team een advies op grond van onderwijskundige en/of sociaal-emotionele redenen. De eindbeslissing ligt bij de directie.
Van 2 VMBO BBL en KBL naar 3 VMBO BBL en KBL
5 = 1 onvoldoende
3 of 4 = 2 onvoldoendes
Alle vakken waarvoor een cijferbeoordeling wordt gegeven maken deel uit van de bevorderingsnormen. De leerling wordt bevorderd naar dezelfde leerweg in leerjaar 3 als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- het rekenkundig gemiddelde van alle vakken tezamen op de eindlijst bedraagt minimaal 5,5, zowel in periode 4 als bij het gemiddelde jaarcijfer (voortschrijdend gemiddelde);
- bij keuze sector Techniek: rekenkundig gemiddelde van de vakken Ne,En,wi,nask bedraagt minimaal 5,5, zowel in periode 4 als bij het gemiddelde jaarcijfer (voortschrijdend gemiddelde);
- bij keuze sector Zorg&Welzijn: rekenkundig gemiddelde van de vakken Ne,En,mbg, wi of m&m (bij keuze ML2) bedraagt minimaal 5,5, zowel in periode 4 als bij het gemiddelde jaarcijfer (voortschrijdend gemiddelde);
- bij keuze sector Economie: rekenkundig gemiddelde van de vakken Ne,En,ec, wi of Du bedraagt minimaal 5,5, zowel in periode 4 als bij het gemiddelde jaarcijfer (voortschrijdend gemiddelde);
- bij keuze afdeling SDV: rekenkundig gemiddelde van de vakken Ne,En,Bi,Wi of Ec bedraagt minimaal 5,5, zowel in periode 4 als bij het gemiddelde jaarcijfer (voortschrijdend gemiddelde);
- maximaal 3 onvoldoendes kunnen gecompenseerd worden met drie maal 6,5 of hoger;
- de uitslag van de CITO-toets heeft een adviserend karakter.
Indien het cijfer 3 op de eindlijst staat, wordt altijd besproken of een leerling bevorderd kan worden. Als een leerling doubleert worden geen vrijstellingen verleend voor vakken of onderdelen van vakken.
Schakelmoment opstroom
Een leerling kan uitsluitend schakelen naar een hogere leerweg in leerjaar 2 (van BBL naar KBL) met ingang van lesperiode 2, indien naar het inzicht van de docenten verwacht mag worden dat de hogere leerweg met succes kan worden gevolgd.
Het rekenkundig gemiddelde van de vakken Ne,En,Du,Wi,Nask, Ec, MBG, M&M, bedraagt minimaal 8,0. Elke vaardigheid dient minimaal met 60% gewaardeerd te zijn.
De leerstof voor alle vakken dient dan op het niveau van de hogere leerweg te worden gevolgd en getoetst.
In alle afwijkende gevallen geeft het team een advies op grond van onderwijskundige en/of sociaal-emotionele redenen. De eindbeslissing ligt bij de directie.
Van 3 VMBO BBL, KBL naar 4 VMBO BBL, KBL
5 = 1 onvoldoende
3 of 4 = 2 onvoldoendes
Een leerling wordt bevorderd naar dezelfde leerweg in leerjaar 4 als aan alle onderstaande voorwaarden op de overgangslijst is voldaan:
- voor de examenvakken die meetellen in de slaag/zakregeling is het eindcijfer afgerond 6 of hoger, of ten hoogste één 5 en de andere eindcijfers 6 of hoger, of ten hoogste één 4 en alle andere eindcijfers 6 of hoger en ten minste één 7 of ten hoogste twee vijven en al de andere eindcijfers 6 of hoger zijn en ten minste één eindcijfer 7 of hoger is;
- er mag geen cijfer 3 op de eindlijst staan;
- het gemiddelde van alle CSE-vakken moet minimaal 5,5 zijn;
- de leerling heeft CKV minimaal met de beoordeling “voldoende” afgerond;
- de in het PDA opgenomen onderdelen in leerjaar 3 van het vak lichamelijke opvoeding zijn met de kwalificatie “voldoende” afgerond.
Schakelmoment opstroom
Een leerling kan uitsluitend schakelen naar een hogere leerweg in leerjaar 3 met ingang van lesperiode 2, indien naar het inzicht van de docenten verwacht mag worden dat de hogere leerweg met succes kan worden gevolgd.
Het rekenkundig gemiddelde van de examenvakken bedraagt minimaal 8,0.
Elke vaardigheid dient minimaal met 60% gewaardeerd te zijn.
NB. Het vak maatschappijleer 1 wordt met een cijfer afgesloten aan het einde van leerjaar 3 en telt volwaardig mee bij de slaag/zakregeling in leerjaar 4. Bij de overgang van 3 VMBO naar 4 VMBO is het cijfer voor maatschappijleer 1 dus één van de cijfers van de examenvakken.
Voor de leerling die een leerwerktraject (LWT) volgt geldt, dat zowel het eindcijfer voor Nederlandse Taal als het beroepsgerichte vak minimaal 5,5 moet zijn.
Als een leerling doubleert worden geen vrijstellingen verleend voor vakken of onderdelen van vakken.
In alle afwijkende gevallen geeft het team een advies op grond van onderwijskundige en/of sociaal-emotionele redenen. De eindbeslissing ligt bij de directie.
Van 1 MAVO naar 2 MAVO
5 = 1 onvoldoende
3 of 4 = 2 onvoldoendes
Het gemiddelde per talentgebied is het rekenkundig gemiddelde (op één decimaal) van het cijfer van de bijbehorende vakken.
De talentgebieden zijn:
- Mens & Levende talen en Communicatie: Nederlands, Duits, Engels
- Mens & Maatschappij: geschiedenis, aardrijkskunde, levensbeschouwelijke vorming
- Mens & Natuur en Wetenschap: wiskunde, biologie, informatica
- Mens & Kunst, Cultuur en Sport: beeldende vorming, drama, lichamelijke oefening
Een leerling wordt bevorderd naar klas 2 MAVO als:
- er op het rapport 0, 1 of 2 onvoldoendes staan en in elk talentgebied het gemiddelde minimaal 5,5 is;
- er geen cijfer 3 op de eindlijst voorkomt.
In alle overige gevallen wordt de leerling geplaatst in de leerweg 2 KBL, tenzij de vergadering anders beslist.
Als een leerling doubleert worden geen vrijstellingen verleend voor vakken of onderdelen van vakken.
In alle afwijkende gevallen geeft het team een advies op grond van onderwijskundige en/of sociaal-emotionele redenen. De eindbeslissing ligt bij de directie.
Van 2 MAVO naar 3 MAVO+G
5 = 1 onvoldoende
3 of 4 = 2 onvoldoendes
Het gemiddelde per talentgebied is het rekenkundig gemiddelde (op één decimaal) van het cijfer van de bijbehorende vakken. De talentgebieden zijn:
- Mens & Levende talen en Communicatie: Nederlands, Duits, Engels
- Mens & Maatschappij: geschiedenis, aardrijkskunde, levensbeschouwelijke vorming
- Mens & Natuur en Wetenschap: wiskunde, biologie, informatica
- Mens & Kunst, Cultuur en Sport: beeldende vorming, drama, lichamelijke oefening
Een leerling wordt bevorderd naar klas 3 MAVO+G als:
- er op het rapport 0, 1 of 2 onvoldoendes staan en in elk talentgebied het gemiddelde minimaal 5,5 is.
- er geen cijfer 3 op de eindlijst voorkomt.
In alle overige gevallen wordt de leerling geplaatst in de leerweg 3 KBL, tenzij de vergadering anders beslist.
Als een leerling doubleert worden geen vrijstellingen verleend voor vakken of onderdelen van vakken.
In alle afwijkende gevallen geeft het team een advies op grond van onderwijskundige en/of sociaal-emotionele redenen. De eindbeslissing ligt bij de directie.
Van 3 MAVO+G naar 4 MAVO+G
5 = 1 onvoldoende
3 of 4 = 2 onvoldoendes
Een leerling wordt bevorderd naar klas 4 MAVO+G, als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
- voor de examenvakken die meetellen in de slaag/zakregeling is het eindcijfer afgerond 6 of hoger, of ten hoogste één 5 en de andere eindcijfers 6 of hoger, of ten hoogste één 4 en alle andere eindcijfers 6 of hoger en ten minste één 7 of hoger, of ten hoogste twee vijven en al de andere eindcijfers 6 of hoger zijn en ten minste één eindcijfer 7 of hoger is;
- het gemiddelde van alle CSE-vakken moet minimaal 5,5 zijn;
- er mag geen cijfer 3 op de eindlijst staan;
- de leerling heeft CKV minimaal met de beoordeling “voldoende” afgerond;
- de in het PDA opgenomen onderdelen in leerjaar 3 van het vak lichamelijke opvoeding zijn met de kwalificatie “voldoende” afgerond.
NB Het vak maatschappijleer 1 wordt met een cijfer afgesloten aan het einde van leerjaar 3 en telt volwaardig mee bij de slaag/zakregeling in leerjaar 4. Bij de overgang van 3 MAVO naar 4 MAVO is het cijfer voor maatschappijleer 1 dus één van de cijfers van de examenvakken.
In alle overige gevallen wordt de leerling geplaatst in de leerweg 3 KBL, tenzij de vergadering anders beslist.
Als een leerling doubleert, worden er geen vrijstellingen verleend voor vakken of onderdelen van vakken.
In alle afwijkende gevallen geeft het team een advies op grond van onderwijskundige en/of sociaal-emotionele redenen. De eindbeslissing ligt bij de directie.