Beleid t.a.v. vrijstellingen voor moderne vreemde talen
Achtergrond
In de wet op het voortgezet onderwijs is vastgelegd aan welke verplichtingen leerlingen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een diploma van een bepaalde afdeling. (Zie hiervoor de bijlagen waarin het Inrichtingsbesluit WVO voor zover noodzakelijk voor deze regeling is opgenomen)
In diezelfde wet is ook een regeling opgenomen die het mogelijk maakt onder bepaalde omstandigheden vrijstellingen te verlenen. (artikel 21 lid 3, artikel 22 lid 2, artikel 26 e lid 4)
Beleid
Met deze wetsteksten als uitgangspunt geldt op Werenfridus dat in de onderbouw van alle afdelingen en in de bovenbouw van MAVO en HAVO een leerling alleen voor vrijstelling van een moderne vreemde taal kan komen als de betrokken leerling
a. voor de eerste maal tot een school voor m.a.v.o., h.a.v.o. of voor v.w.o. is toegelaten en
b. is geplaatst in een hoger leerjaar dan het eerste en
c. voordien buiten Nederland vergelijkbaar onderwijs heeft gevolgd en
d. daarbij geen of te weinig onderwijs in de desbetreffende taal of talen heeft gevolgd.
In de bovenbouw van het VWO kan voor het 5e en 6e leerjaar vrijstelling voor een moderne vreemde taal worden verleend als
aan één of meer van de in de wetstekst (artikel 26e lid 4 en 5)genoemde voorwaarden wordt voldaan, te weten:
e. de leerling heeft een stoornis die specifiek betrekking heeft op taal of een zintuiglijke stoornis die effect heeft op taal;
f. de leerling heeft een andere moedertaal dan de Nederlandse taal of de Friese taal;
g. de leerling volgt onderwijs in het profiel natuur en techniek of het profiel natuur en gezondheid en het onderwijs in de taal verhindert naar verwachting een succesvolle afronding van de opleiding.
Wanneer een leerling vrijstelling van een moderne vreemde taal krijgt, wordt de taal vervangen door een ander vak met een normatieve studielast van tenminste 440 uren, ter keuze van de leerling, voor zover de school dit vak aanbiedt.
Procedure
Om tot een vrijstelling volgens bovenstaand beleid te komen
1. dienen de ouders/verzorgers van een leerling daartoe een verzoek in bij de afdelingsleider
2. verifieert de afdelingsleider of aan één of meer van de bovenstaande voorwaarden wordt voldaan (wanneer een leerling een beroep doet op de onder e. genoemde voorwaarde, wordt om een verklaring van een ter zake deskundige gevraagd. )
3. overlegt de afdelingsleider met de betrokken docent(e)
4. overlegt de afdelingsleider met de decaan van de afdeling
5. brengt de afdelingsleider deze gegevens in in de commissie vrijstellingen (deze commissie bestaat naast de betrokken afdelingsleider uit een conrector en een 2e afdelingsleider. Hierbij wordt ervoor gezorgd dat zowel van de onder- als de bovenbouw een afdelingsleider in de commissie zit
6. weegt de commissie af en neemt een beslissing
7. deelt de conrector de beslissing mee aan de betrokken leerling(e), diens ouders/verzorgers en de docent(e).
NB. Wanneer een leerling na het behalen van een HAVO-diploma waarbij hij, bijvoorbeeld i.v.m. dyslexie, geen onderwijs in een 2e moderne vreemde taal heeft gevolgd, krijgt deze leerling automatisch een vrijstelling voor het volgen van een 2e moderne vreemde taal in het VWO.
Hardheidsclausule
Wanneer zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen die het niet (langer) volgen van de lessen in de moderne vreemde taal noodzakelijk maken, kan van bovenstaande regeling worden afgeweken, waarbij de wet wel uitgangspunt van de te nemen beslissing blijft. Deze beslissing is aan de rector.
Beroep
Beroep tegen een genomen beslissing is mogelijk bij de rector van de school. Dit beroep kan worden ingesteld door de ouders/verzorgers van de leerling.
Bijlage bij Beleid vrijstellingen voor moderne vreemde talen
Artikel 21. Aanvullende bepalingen eerste drie leerjaren v.w.o. en h.a.v.o.[1]
1. Het onderwijsprogramma in de eerste drie leerjaren aan een school voor v.w.o. en een school voor h.a.v.o. omvat tevens onderwijs in Franse taal en Duitse taal.
2. Het bevoegd gezag kan een leerling van een school als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen van het volgen van onderwijs in Franse taal of Duitse taal, indien de leerling onderwijs volgt in Spaanse taal, Russische taal, Italiaanse taal, Arabische taal of Turkse taal.
3. Het bevoegd gezag kan een leerling van een school als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen van het volgen van onderwijs in Franse taal of Duitse taal dan wel in beide talen, indien de leerling
a. voor de eerste maal tot een school voor h.a.v.o. of een school voor v.w.o. is toegelaten,
b. is geplaatst in een hoger leerjaar dan het eerste,
c. voordien buiten Nederland vergelijkbaar onderwijs heeft gevolgd, en
d. daarbij geen of te weinig onderwijs in de desbetreffende taal of talen heeft gevolgd.
Artikel 22. Aanvullende bepalingen eerste twee leerjaren v.m.b.o.
1. Het onderwijsprogramma in de eerste twee leerjaren aan een school voor m.a.v.o. en een school voor v.b.o. omvat tevens onderwijs in Franse taal of Duitse taal. Deze verplichting geldt niet voor leerlingen voor wie naar de verwachting van het bevoegd gezag het onderwijs in de basisberoepsgerichte leerweg als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet het meest geschikt is.
2. Het bevoegd gezag kan een leerling van een school als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen van het volgen van onderwijs in Franse taal of Duitse taal:
a. indien de leerling onderwijs volgt in Spaanse taal, Arabische taal of Turkse taal, of
b. indien de leerling
1°. voor de eerste maal tot een school voor m.a.v.o. of een school voor v.b.o. is toegelaten,
2°. is geplaatst in een hoger leerjaar dan het eerste,
3°. voordien buiten Nederland vergelijkbaar onderwijs heeft gevolgd, en
4°. daarbij geen of te weinig onderwijs in de desbetreffende taal of talen heeft gevolgd.
Artikel 26b. Inrichting profielen v.w.o.
1. Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in het atheneum omvat de volgende vakken, met de daarbij vermelde normatieve studielast, uitgedrukt in uren:
a. Nederlandse taal en literatuur: 480,
b. Engelse taal en literatuur: 400,
c. Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, of Friese taal en cultuur ter keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt: 480,
Artikel 26c. Inrichting profielen h.a.v.o.
1. Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in het h.a.v.o. omvat de volgende vakken, met de daarbij vermelde normatieve studielast, uitgedrukt in uren:
a. Nederlandse taal en literatuur: 400,
b. Engelse taal en literatuur: 360,
c. maatschappijleer: 120,
d. culturele en kunstzinnige vorming : 120, en
e. lichamelijke opvoeding: 120.
Artikel 26e. Vrijstellingen en ontheffingen in periode voorbereidend hoger onderwijs v.w.o. en h.a.v.o.
1. Het bevoegd gezag van een school voor v.w.o. of h.a.v.o. kan een leerling ontheffing verlenen van het volgen van het onderwijs in het vak lichamelijke opvoeding indien de leerling vanwege diens lichamelijke gesteldheid niet in staat is dit onderwijs te volgen.
2. De leerling van een school voor v.w.o. die in het bezit is van het diploma h.a.v.o. is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel: algemene natuurwetenschappen en maatschappijleer. Indien het betreft het atheneum is deze leerling tevens vrijgesteld van het volgen van onderwijs in het vak culturele en kunstzinnige vorming.
3. De leerling van een school voor v.w.o. die in het bezit is van het diploma h.a.v.o. of het diploma v.m.b.o. in de theoretische leerweg en die in plaats van de vakken, genoemd in artikel 26c, respectievelijk artikel 10 van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 26b, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.
4. Het bevoegd gezag van een atheneum kan een leerling ontheffing verlenen van het volgen van onderwijs in de taal genoemd in artikel 26b, eerste lid, onder c, in de volgende gevallen:
a. de leerling heeft een stoornis die specifiek betrekking heeft op taal of een zintuiglijke stoornis die effect heeft op taal;
b. de leerling heeft een andere moedertaal dan de Nederlandse taal of de Friese taal;
c. de leerling volgt onderwijs in het profiel natuur en techniek of het profiel natuur en gezondheid en het onderwijs in de taal verhindert naar verwachting een succesvolle afronding van de opleiding.
5. Bij toepassing van het vierde lid, wordt de taal vervangen door een van de vakken of programma-onderdelen, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, of in het zevende lid, onder c of d, met een normatieve studielast van tenminste 440 uren, ter keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag deze als zodanig aanbiedt.